Waarom een steenuilfonds?

Het  Zeeuws Steenuilfonds is op initiatief van enkele verontruste liefhebbers van steenuilen opgestart, nadat in 2015 bekend werd dat de provincie Zeeland geen subsidie meer wilde toekennen aan het steenuilbeschermingsproject. Het project mocht subsidie ontvangen vanaf 2007.
Wanneer daar nu mee gestopt wordt, bestaat de mogelijkheid dat de in 8 jaar aangegroeide populatie weer zal slinken. Een populatie is alleen levensvatbaar wanneer er meer dan 50 steenuilen niet te ver bij elkaar vandaan tot broeden komen.

 Een stukje geschiedenis

Rond 1940 kwamen er nog verspreid over alle Zeeuwse eilanden 2200 paar steenuilen voor. Door oorlogshandelingen, de Watersnoodsramp en de daarop volgende ruilverkaveling en modernisering van de landbouw slonk het aantal steenuilen op de Zeeuwse eilanden waardoor er hier en daar nog enkele paartjes overbleven. De genadeklap voor veel van die kleinere populaties kwam met de strenge winters van 1963, 1979 en 1996.

In 2007 kwamen er nog drie paartjes op Schouwen-Duiveland voor, nog één paartje op Walcheren, nog dertig op Zuid-Beveland, maar op Tholen en Sint Philipsland waren ze toen al uitgestorven en enkele jaren later gebeurde dat ook met de laatst overgebleven steenuilen op Schouwen-Duiveland. Alleen in Zeeuws-Vlaanderen wist de populatie zich nog te handhaven, hoewel daar ook een terugval te bespeuren was.
Tussen 2007 en 2016 was er subsidie beschikbaar om die laatste populaties te behouden. Met extra beschermingsmaatregelen kon de populatie op bijvoorbeeld Zuid-Beveland groeien met 50% tot ongeveer 100 steenuilen, die voornamelijk in de Zak van Zuid-Beveland voorkomen.

Nu de subsidie van de provincie Zeeland weggevallen is, wil Het Zeeuws Steenuilfonds zich inzetten om met beschermende maatregelen deze aantallen te behouden en mogelijk nog verder te laten uitbreiden.